Testament

Ontkenning van het vaderschap door een kind

Als een moeder tijdens de geboorte van een kind getrouwd is of een geregistreerd partnerschap heeft dan wordt de echtgenoot of partner automatisch de juridische vader. Ook als hij niet de biologische vader van het kind is. Daarnaast kan een man de juridische ouder worden door erkenning met toestemming van de moeder, ook al is hij niet de biologische ouder van het kind. 

In het Nederlandse recht hebben een vader, een moeder en een kind de mogelijkheid om het vaderschap te ontkennen als de juridische vader niet de biologische vader is.

De gevolgen van een gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap zijn verstrekkend. Het heeft gevolgen voor het kind, de ouders, alsmede voor de burgerlijke stand, de nationaliteitsregels, de afstamming en het erfrecht.

Hoe werkt de procedure?
De procedure begint met het indienen van een verzoekschrift bij de rechtbank. Hierin moet worden aangetoond dat de juridische vader niet de biologische vader van het kind is.

Biologisch vaderschap kan vrijwel met zekerheid worden vastgesteld door middel van bloed- of DNA-onderzoek. Dit kan soms lastig zijn, vooral als er geen direct DNA van de vader of de biologische vader beschikbaar is. In zulke gevallen kan een DNA-test met andere familieleden, zoals een neef, als ondersteunend bewijs dienen.

Naast DNA-onderzoek kunnen ook andere bewijzen, zoals alimentatiebetalingen, foto’s, en correspondentie, worden gebruikt om de relatie tussen biologische vader en kind aan te tonen. Zelfs het testament van de biologische vader, waarin het kind wordt genoemd, kan een belangrijke rol spelen.

Termijnen
De wet bepaalt dat de termijn voor het indienen van het verzoek ontkenning vaderschap door een kind moet worden ingediend binnen drie jaar nadat het kind bekend is geworden met het feit dat de juridische vader vermoedelijk niet zijn biologische vader is. Als het kind deze bekendheid tijdens zijn minderjarigheid verwerft, kan het verzoek uiterlijk drie jaar na de meerderjarigheid (dus binnen drie jaar na het bereiken van de 18-jarige leeftijd) worden ingediend.

De ervaring van Uiteen-advocaten is echter dat de termijn van drie jaar doorgaans niet strikt wordt gehandhaafd wanneer een volwassen kind de verzoekende partij is.

Het vasthouden aan deze driejaarstermijn wordt dan gezien de feiten en omstandigheden van de situatie geacht in strijd te zijn met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Ook in gevallen dat er sprake is van een zeer ruime overschrijding van de driejaarstermijn.

Voorbeelden
Voorbeelden van uitspraken waarin de termijn niet is gehandhaafd zijn:

  • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden,  18 januari 2024 (ECLI:NL:GHARL:2024:451)
  • Rechtbank Den Haag, 31 mei 2010 (ECLI:NL:RBSGR:2010:BN4051)
  • Rechtbank Limburg, 15 december 2021 (ECLI:NL:RBLIM:2021:9587)
  • Gerechtshof Amsterdam 16 oktober 2003 (ECLI:NL:GHAMS:2003:AO7481)

Voorbeelden van uitspraken waarin de termijn wel is gehandhaafd zijn:

  • Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 21 januari 2021 (ECLI:NL:GHSHE:2021:130)
  • Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 20 augustus 2020 (ECLI:NL:GHSHE:2020:2615)
  • Hof Amsterdam, 31 januari 2012 (ECLI:NL:GHAMS:2012:CA1464)

De mogelijkheid tot ontkenning van het vaderschap is een belangrijke, juridische procedure. Mocht u vragen hebben of juridische ondersteuning wensen bij een dergelijke situatie, aarzel dan niet om contact met ons op te nemen.