De hypotheekrente was de afgelopen jaren uitzonderlijk laag. Veel stellen hebben in die periode een hypotheek afgesloten met gunstige voorwaarden en een lange rentevaste periode. Maar wat gebeurt er met dat rentevoordeel als partners uit elkaar gaan en één van hen in de woning blijft wonen?
Steeds vaker ontstaat discussie over de vraag of de vertrekkende partner recht heeft op een vergoeding, omdat hij of zij bij aankoop van een nieuwe woning doorgaans is aangewezen op een hypotheek met een hogere rente. In deze blog bespreken wij hoe rechters hiertegen aankijken en wanneer een rentevergoeding – ook wel rentecompensatie genoemd – aan de orde kan zijn.
Het probleem in de praktijk
Bij een echtscheiding of beëindiging van een relatie wordt de gezamenlijke woning vaak aan één van de partners toebedeeld. Die partner zet dan meestal de bestaande hypotheek voort, inclusief de lage contractrente. De andere partner moet elders opnieuw beginnen en krijgt te maken met de actuele, vaak aanzienlijk hogere hypotheekrente.
Het verschil in maandlasten kan fors zijn. De vraag rijst dan: is het redelijk dat één ex-partner volledig profiteert van het oude rentecontract, terwijl de ander dit voordeel geheel verliest?
Geen wettelijke regeling, wel ruimte voor maatwerk
De wet kent geen specifieke regeling voor rentecompensatie bij de verdeling van een woning. Anders dan de waarde van de woning of de hoogte van de hypotheekschuld, is een gunstig rentepercentage geen vermogensbestanddeel dat automatisch voor verdeling in aanmerking komt.
Dat betekent echter niet dat een vergoeding bij voorbaat is uitgesloten. Rechters beoordelen per geval of een rentevergoeding gerechtvaardigd is, waarbij redelijkheid en billijkheid centraal staan. Daarbij wordt gekeken naar de concrete omstandigheden van beide partijen.
Een verzoek tot rentecompensatie wordt in de praktijk vaak gebaseerd op ongerechtvaardigde verrijking (artikel 6:212 BW). De redenering is dat de blijvende partner financieel wordt verrijkt door het exclusieve gebruik van de lage rente, terwijl de vertrekkende partner daardoor wordt benadeeld.
Daarnaast speelt de vraag of bij de verdeling niet alleen naar de nominale hypotheekschuld moet worden gekeken, maar ook naar de economische waarde van die schuld. Een lening met een lage rente kan immers gunstiger zijn dan een vergelijkbare lening tegen de huidige marktrente.
Rechters zijn daarbij terughoudend. Een vergoeding wordt alleen toegekend als deze in de gegeven omstandigheden redelijk wordt geacht.
Recente rechtspraak: erkenning, maar geen automatisme
In recente uitspraken, waaronder die van het Gerechtshof Den Haag van 2025, is bevestigd dat een rentevergoeding in beginsel mogelijk is. Het hof erkende dat de overnemende partner een voordeel geniet en dat de andere partner dat voordeel verliest.
Tegelijkertijd benadrukte het hof dat een vergoeding geen automatisme is. Van belang zijn onder meer:
- de wijze waarop het rentevoordeel wordt berekend (bijvoorbeeld rekening houdend met annuïtaire aflossing en resterende rentevaste periodes);
- de vraag of gebruik kon worden gemaakt van een verhuis- of meeneemregeling bij de geldverstrekker;
- de financiële draagkracht van de partner die in de woning blijft;
- en de mate waarin partijen zich bewust waren van de gevolgen bij de verdeling.
In die zaak kende het hof uiteindelijk een gedeeltelijke vergoeding toe, omdat dat onder de omstandigheden redelijk werd geacht.
Praktische oplossingen: afspraken maken loont
Procederen over rentecompensatie is onzeker en sterk afhankelijk van de onderbouwing. Daarom verdient het vaak de voorkeur om hierover afspraken te maken in onderling overleg, bijvoorbeeld in het echtscheidingsconvenant.
Denk daarbij aan:
- het (indien mogelijk) splitsen van de hypotheek, zodat beide partners een deel van de lage rente behouden;
- het afspreken van een eenmalige of tijdelijke compensatie;
- of het expliciet vastleggen dat partijen afzien van rentecompensatie, om toekomstige discussies te voorkomen.
Conclusie
Rentecompensatie bij de toedeling van een woning na scheiding is geen vast recht, maar kan onder omstandigheden wel aan de orde zijn. Rechters kijken pragmatisch en toetsen streng aan redelijkheid en billijkheid. Een goede financiële onderbouwing en oog voor de positie van beide partijen zijn daarbij essentieel.
Twijfel je of in jouw situatie een rentevergoeding redelijk of haalbaar is? Of wil je hierover duidelijke afspraken vastleggen? Neem dan gerust contact op met één van onze familierechtadvocaten. Wij denken graag met je mee over de juridische mogelijkheden en een passende oplossing.